Weblog

  • Winkelen in Mamulpet

    zondag, 2 mei, 2010

    Dagje naar de stad om inkopen te doen voor Emax Domina. Ik heb een NGO gevonden die de schorten wil maken die Gaby en ik ontworpen hebben maar wel onder de voorwaarde dat ik zelf de materialen aanlever voor de eerste 5 prototypes. Geen probleem. Vorige week ben ik al naar de afvalmarkt geweest in Ramchandrapuram (zo heet de oude stadswijk achter het treinstation) en daar heb ik 10 kilo stof gekocht, allemaal afval van de textielindustrie. Vandaag ga ik op zoek naar de versiering, oftewel de gekleurde bandjes en de kraaltjes. Hiervoor moet ik naar Mamulpet, een gedeelte van de ‘City Market’ van Bangalore.

     

    Iliyas dropt me bij het begin van Avenue Road, een chique naam voor deze chaotische, drukke winkelstraat. Het is wel een relatief brede straat, vergeleken bij de smalle zijsteegjes. Als ik uit de auto stap moet ik even acclimatiseren aan de ongelooflijke hitte, zo’n 38 graden en volle zon. Ik heb wat geld in mijn broekzak, mijn telefoon in mijn andere broekzak en een fles water in mijn hand. Het voelt geweldig om in deze levendige krioelende massa als enige blanke gewoon vrij te kunnen lopen. Dat had ik 3 jaar geleden toch niet gedurfd. Mamulpet is een zijstraat van Avenue Road, ongeveer 200 meter lang, waar de handelaren zitten van band en kant etc. Handelaren van een bepaald soort product zitten allemaal bij elkaar. Dit soort dingen moet je echt weten want het is niet ergens op te zoeken. Ik weet niet zo goed welke zijstraat ik moet hebben (hoezo naambordjes??). en ik begin het idee te krijgen dat ik al te ver ben doorgelopen. Ik zie 3 agenten staan en ik loop naar ze toe om het te vragen. Zij wijzen alledrie tegelijk de kant op waar ik vandaan kom en zeggen in koor: ‘second right’.  

     

    Aan het begin van de straat zie ik vooral  winkels die inpakpapier en feestartikelen verkopen. Ook leuk, misschien moet ik hier ook eens binnengaan.... maar dat een ander keertje. Maar dan zie ik er een: een hokje van zo’n 3 meter lang en 1 meter breed met aan weerszijden glazen kasten tot aan het plafond volgestapeld met rollen band, lint en kant. Ik doe mijn sandalen uit en ga naar binnen. De man die op een stoel bij de ingang zat springt op en komt bij me staan. Even lekker zelf snuffelen is er in India helaas nooit bij! Ik zie meteen al heel veel leuks maar vooral ook heel veel kitch. Ik zoek vooral felle kleuren met zilver. De prijs staat er niet op vermeld, wel de lengte. De meeste rollen zijn 9 meter lang. De prijs varieert van 35 rupies (zo’n 50 eurocent) tot een paar honderd roepies. Het hele dure spul is vaak met de hand gemaakt: een ingewikkeld patroon van kraaltjes geborduurd op band. Dit is ongetwijfeld ‘sweatshop-spul’ (en misschien wel kinderarbeid) en dat wil ik dus niet hebben. Het machinaal gefabriceerde spul is vaak goedkoper, maar helaas ook minder apart. Maar er is toch genoeg leuks bij. Naast deze eerste winkel zit meteen nog een bandjeswinkel, en daartegenover weer een. Ik ben duidelijk in de goede wijk beland.

     

    Na anderhalf uur en 6 verschillende winkels heb ik het wel zo’n beetje bij elkaar: 31 rollen band (zo’n 300 meter) voor ongeveer 3500 rupees (zo’n 50 euro). Hier kan ik heel wat schorten en lampenkappen mee versieren. En heel belangrijk: ik weet nu precies waar ik kan krijgen wat ik nodig heb. Eén winkel, Rahul Enterprise, is duidelijk mijn favoriet. En de eigenaar sprak nog hartstikke goed Engels ook.  Nu weer terug naar Avenue Road. Ik had Iliyas gevraagd me aan het einde van Avenue Road op te wachten aangezien je in de straat zelf niet kunt parkeren. Dat is flink sjouwen met die 35 rollen band in die bloedhitte. En je moet heel goed uitkijken waar je loopt. Het heeft gisteren flink geregend dus er staan grote plassen, en er zitten diepe kuilen in de weg. En in India ben je als voetganger vogelvrij, oftewel je moet vooral niet denken dat ze voor jou aan de kant gaan. In de zijstraat moet je vooral de handkarren ontwijken, en de mannen met de grote balen op het hoofd. In Avenue Road zijn vooral de motoren en de auto’s erg gevaarlijk. Er is wel een soort van stoep maar die is meestal volgezet met van alles en nog wat dus moet je meestal over de straat lopen. 

     

     

    Aan het eind van de straat geen spoor van Iliyas heeft dus bel ik hem maar. Bijna onmogelijk om te communiceren in die herrie, maar ik begrijp dat hij niet ver is en met de auto naar me toekomt. Ik ga in de schaduw van een kleine tempel staan wachten. Een hoop riksja-rijders denken aan mij geld te kunnen verdienen maar ik wuif ze allemaal weg. Er gaan een hoop mensen even de tempel in: ze leggen wat rupees op de schaal, knielen, prevelen wat en krijgen van de priester een rood stipje tussen hun ogen. Er komen drie mensen in colonne voorbij, alledrie blind, met de hand op elkaars schouder. De voorste heeft een stok. Ze schuifelen langs de stoeprand terwijl ze door alle voorbijrijdende auto’s van de weg worden getoeterd. Er komt een enorme auto, type PC-Hooft-tractor voorbij. Vreemd om zo’n modern luxe auto te zien tussen al deze armetierigheid.  

     

    Dan komt er een vrouw naast mij staan, een jaar of zestig, gekleed in een simpele sari, en kort haar (dat is opmerkelijk want er zijn niet zoveel Indiase vrouwen met kort haar). Ze vraagt waar ik vandaan kom, hoe lang ik hier al woon, etc. etc. Ik antwoord haar beleefd alhoewel ik toch liever had dat ze me met rust zou laten. Ze praat goed Engels en op een of andere manier straalt ze uit dat ze een ontwikkelde vrouw is. Ze wijst naar mijn oorbellen en zegt dat ze ze mooi vindt “Indian earrings”. Ik kijk naar haar oorlellen en zie dat daar flinke gaatjes (‘holletjes’ zou Bas zeggen) in zitten maar geen oorbellen. Heeft ze die moeten verpatsen, vraag ik me af? Maar geen tijd meer om de conversatie voort te zetten want de auto komt voorrijden. Ik trek gauw het achterportier open, smijt mijn tassen naar binnen en spring de koele auto in. Dit voelt zo decadent maar is zo prettig!